School · Monitoring en regeling
Monitoring en regeling in school: wat de SRI meet
Monitoring en regeling is het zenuwstelsel van het gebouw: het gebouwbeheersysteem dat installaties op elkaar afstemt, storingen herkent, energieverbruik rapporteert en kan reageren op de bezetting en op signalen van het energienet.
In het kort
- 1Deze pagina laat zien hoe monitoring en regeling de Smart Readiness Indicator van een schoolgebouw beïnvloedt.
- 2Bij scholen weegt dit domein zwaar mee: 2 van de 3 wegingspunten, vooral vanwege het vaste rooster en de lange vakantieperiodes.
- 3De tabel toont acht smart-ready diensten, van draaiurenbeheer tot integratie met het slimme net, elk met eigen functionaliteitsniveaus.
Weging van dit domein voor dit gebouwtype
Welke diensten meetellen
| Dienst | Laagste niveau | Hoogste niveau | Advies |
|---|---|---|---|
| Draaiurenbeheer van HVAC-systemen MC-3 · 4 niveaus | Handmatige instelling | Aan/uit-regeling van de verwarmings- en koelinstallaties op basis van predictieve regeling of netsignalen | – |
| Detectie van storingen in technische gebouwsystemen en ondersteuning bij de diagnose ervan MC-4 · 4 niveaus | Geen centrale weergave van gedetecteerde storingen en alarmen | Met centrale weergave van gedetecteerde storingen en alarmen voor alle relevante technische gebouwsystemen, inclusief diagnosefuncties | – |
| Aanwezigheidsdetectie: gekoppelde diensten MC-9 · 3 niveaus | Geen | Gecentraliseerde aanwezigheidsdetectie die meerdere technische gebouwsystemen aanstuurt, zoals verlichting en verwarming | – |
| Centrale rapportage van de prestaties en het energiegebruik van technische gebouwsystemen MC-13 · A · 4 niveaus | Geen | Centrale of externe rapportage van het realtime energieverbruik per energiedrager, waarbij technische gebouwsystemen van alle hoofddomeinen in één interface worden samengebracht | niveau 2 of hoger |
| Integratie met het slimme net MC-25 · A · 3 niveaus | Geen: geen afstemming tussen het net en de technische gebouwsystemen; het gebouw functioneert onafhankelijk van de netbelasting | Gecoördineerde vraagsturing van meerdere technische gebouwsystemen | niveau 2 of hoger |
| Rapportage van informatie over de prestaties en werking van vraagsturing MC-28 · 3 niveaus | Geen | Rapportage van informatie over de actuele, historische en voorspelde status van de vraagsturing, inclusief de aangestuurde energiestromen | – |
| Overschrijven van de vraagsturingsregeling MC-29 · 5 niveaus | Geen vraagsturingsregeling | Tijdgestuurd overschrijven van de vraagsturingsregeling en heractivering met geoptimaliseerde regeling | – |
| Eén platform voor geautomatiseerde regeling en coördinatie tussen technische gebouwsystemen, met optimalisatie van de energiestroom op basis van aanwezigheid, weer en netsignalen MC-30 · A · 4 niveaus | Geen | Eén platform voor geautomatiseerde regeling en coördinatie tussen technische gebouwsystemen, met optimalisatie van de energiestroom op basis van aanwezigheid, weer en netsignalen | niveau 2 of hoger |
Rekenvoorbeeld
Staat alles in dit domein op niveau 0, dan draagt het domein niets bij. Op het hoogste niveau voor alle diensten stijgt de indicatieve totaalscore van dit gebouwtype met ongeveer 20 procentpunt (van 26 naar 46 procent, met alle andere domeinen op niveau 1).
Waarom telt monitoring en regeling zo zwaar bij scholen?
Scholen hebben een voorspelbaar gebruikspatroon: vaste lesuren, volle lokalen overdag en lange leegstand tijdens vakanties. Een gebouwbeheersysteem dat hierop kan inspelen, bespaart direct energie zonder comfort te verliezen.
Daarom weegt het domein monitoring en regeling voor scholen 2 van de 3 punten in de Smart Readiness Indicator, hierna SRI. Dat is hoger dan bij veel andere gebouwtypen, omdat de winst hier het grootst is.
Welke diensten maken het verschil?
Draaiurenbeheer van HVAC-systemen, de installaties voor verwarming, ventilatie en koeling, bepaalt of een school nog met vaste tijdklokken werkt of al reageert op de werkelijke gebouwbelasting. Veel scholen hebben oudere installaties die nog op niveau 1 staan: een vooraf ingesteld schema, los van wat er in het gebouw gebeurt.
Aanwezigheidsdetectie is voor scholen bijzonder relevant. Een lokaal dat leeg is tussen twee lesuren hoeft niet verwarmd of geventileerd te worden op hetzelfde niveau als een vol lokaal. Gecentraliseerde aanwezigheidsdetectie die verlichting en verwarming samen aanstuurt, scoort hoger dan losse sensoren per functie.
Detectie van storingen en centrale rapportage van energiegebruik geven facilitair beheerders overzicht. Bij een gebouw met een beperkt budget is dit vaak de eerste stap: weten waar het verbruik zit, voordat er wordt geïnvesteerd in duurdere regeltechniek.
Wat betekent integratie met het slimme net voor een school?
Integratie met het slimme net en de bijbehorende vraagsturing zijn voor scholen minder vaak een prioriteit dan luchtkwaliteit. Toch tellen ze mee in de score, vooral als een school op termijn wil bijdragen aan netbalans buiten schooluren.
De mogelijkheid voor de gebouwgebruiker om vraagsturing te overschrijven, bijvoorbeeld bij een avondevenement in de school, is een functionaliteit die het praktisch gebruik van het gebouw ondersteunt.
Wat levert een hoger niveau op?
Een school die draaiurenbeheer, storingsdetectie en aanwezigheidsdetectie combineert op een centraal platform, behaalt in dit domein een hoger functionaliteitsniveau. Dat verhoogt de totale SRI-score, vooral omdat dit domein zo zwaar meeweegt voor scholen.
Wat betekent dit voor u
- Eigenaar
- Breng eerst in kaart welk niveau de bestaande installaties nu halen, vooral bij draaiurenbeheer en storingsdetectie, want daar zit bij oudere schoolgebouwen vaak de grootste achterstand. Een gerichte investering in aanwezigheidsdetectie per lokaal levert energiebesparing op tijdens lesuren én vakanties, zonder dat het hele gebouwbeheersysteem vervangen hoeft te worden.
- Huurder
- Als leerling of leerkracht merkt u vooral het effect op luchtkwaliteit: een lokaal dat automatisch ventileert op basis van bezetting voelt frisser aan dan een lokaal met een vast ventilatieschema. Bij storingen, zoals een verwarming die uitvalt, wordt het probleem sneller opgemerkt en verholpen als het gebouwbeheersysteem centrale meldingen geeft.
- Adviseur
- Let bij de beoordeling op het verschil tussen een vast tijdschema en een regeling die reageert op werkelijke bezetting, dit maakt vaak het verschil tussen niveau 1 en niveau 2 bij draaiurenbeheer. Houd bij scholen met een installatievermogen boven 290 kW rekening met de verplichting tot gebouwautomatisering uit artikel 13 van de EPBD, de richtlijn energieprestatie gebouwen, en met de verwachte verplichtstelling van de SRI voor dergelijke gebouwen uiterlijk 30 juni 2027.
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?