Domein H
Verwarming
Het domein verwarming kijkt naar hoe slim een gebouw zijn warmte regelt: per ruimte of centraal, op basis van aanwezigheid en buitentemperatuur, en of de ketel of warmtepomp meebeweegt met de vraag. Ook opslag van warmte en de rapportage over storingen horen erbij.
In het kort
- 1Deze pagina laat zien hoe de Smart Readiness Indicator het domein verwarming beoordeelt.
- 2Het gaat om negen smart-ready diensten, van de regeling van radiatoren tot rapportage over storingen.
- 3Elke dienst kent functionaliteitsniveaus van 0 tot 4, die samen bepalen hoe slim de verwarming van een gebouw is.
Diensten in dit domein
- Regeling van de warmteafgifteH-1a · 5 niveaus · A
- Afgifteregeling voor TABS (verwarmingsmodus)H-1b · 4 niveaus
- Opslag en verschuiving van thermische energieH-1c · 3 niveaus · A
- Regeling van distributiepompen in netwerkenH-1d · 5 niveaus
- Thermische energieopslag (TES) voor gebouwverwarming (exclusief TABS)H-1f · 4 niveaus
- Regeling van de warmteopwekker (alle types behalve warmtepompen)H-2a · 3 niveaus · A
- Regeling van de warmteopwekker (voor warmtepompen)H-2b · 4 niveaus · A
- Volgordebepaling bij verschillende warmteopwekkersH-2d · 5 niveaus
- Rapportage van informatie over de prestaties van het verwarmingssysteemH-3 · 5 niveaus · A
- Flexibiliteit en interactie met het netH-4 · 5 niveaus
Wat meet het domein verwarming?
Het domein verwarming is een van de negen domeinen binnen de Smart Readiness Indicator (SRI), het Europese meetinstrument voor de digitale slimheid van gebouwen. Dit domein kijkt naar de manier waarop een gebouw warmte opwekt, verdeelt en regelt.
Er zijn negen smart-ready diensten binnen dit domein. Ze gaan over ruimteregeling, warmteopwekking, pompsturing, opslag van warmte en rapportage over de prestaties van het systeem.
Welke diensten horen bij verwarming?
De dienst H-1a beoordeelt hoe de warmteafgifte per ruimte wordt geregeld, van geen automatische regeling tot individuele regeling met aanwezigheidsdetectie. Dienst H-1b doet iets vergelijkbaars voor thermisch actieve bouwdelen (TABS), zoals vloerverwarming die in de constructie is verwerkt.
Andere diensten kijken naar de opwekker zelf. H-2a geldt voor ketels en andere warmteopwekkers, H-2b specifiek voor warmtepompen. Beide beoordelen of de temperatuur constant is, meebeweegt met de buitentemperatuur of reageert op de actuele warmtevraag.
Dienst H-2d gaat over de volgordebepaling wanneer een gebouw meerdere warmteopwekkers heeft, bijvoorbeeld een combinatie van een warmtepomp en een ketel. De hoogste niveaus houden rekening met voorspelde belasting, rendement, CO2-uitstoot en signalen van het elektriciteitsnet.
Waarom telt opslag en flexibiliteit mee?
Diensten H-1c en H-1f beoordelen of een gebouw warmte kan opslaan en verschuiven in tijd. Dit is relevant omdat opslag helpt om verwarming af te stemmen op momenten met goedkope of duurzame energie.
Dienst H-4 beoordeelt de flexibiliteit van het hele verwarmingssysteem richting het elektriciteitsnet. Het hoogste niveau vereist een geoptimaliseerde regeling op basis van lokale voorspellingen en netsignalen, bijvoorbeeld via modelgebaseerde predictieve regeling.
Wat levert rapportage op?
Dienst H-3 beoordeelt of het gebouw informatie geeft over de prestaties van het verwarmingssysteem. Dit varieert van geen rapportage tot voorspellend beheer met storingsdetectie op het hoogste niveau.
Deze rapportagefunctie is vaak een van de goedkoopste manieren om de score in dit domein te verbeteren, omdat ze vooral software vereist en geen nieuwe installaties.
Weging per gebouwtype
- Kantoorzwaar
- Schoolzwaar
- Zorggebouwzwaar
- Ziekenhuiszwaar
- Hotelzwaar
- Winkel en supermarktgemiddeld
- Logistiek en distributiecentrumgemiddeld
- Industrie en productiegemiddeld
- Appartementencomplexzwaar
- Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoedzwaar
- Sportaccommodatiezwaar
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?