SR

Wat is de Smart Readiness Indicator?

Een gebouw kan goed geïsoleerd zijn en toch dom: de verwarming staat aan in lege kamers, het licht brandt bij daglicht en niemand ziet dat een pomp al weken stuk is. De Smart Readiness Indicator maakt zichtbaar hoe slim een gebouw met zijn installaties omgaat.

Laatst gecontroleerd op 9 september 2026

In het kort

  1. 1De Smart Readiness Indicator (SRI) is een Europese maatstaf, vastgelegd in Verordening (EU) 2020/2155, voor hoe slim een gebouw zijn installaties regelt.
  2. 2De uitkomst is een score van 0 tot 100 procent en een van zeven klassen. De score wordt bepaald door 54 smart-ready diensten te beoordelen op een niveau van 0 tot 4.
  3. 3De SRI is vrijwillig, maar de Europese Commissie moet uiterlijk 30 juni 2027 besluiten over verplichtstelling voor grote utiliteitsgebouwen.
01

Waarom Europa een maatstaf voor slimme gebouwen wilde

Gebouwen zijn goed voor ongeveer 40 procent van het energieverbruik in Europa. Het energielabel zegt hoeveel energie een gebouw nodig heeft door isolatie en installaties. Het zegt niets over of die installaties op het juiste moment aan en uit gaan. Twee gebouwen met hetzelfde label kunnen daardoor een heel ander werkelijk verbruik hebben.

Daar komt bij dat het energienet verandert. Zon en wind leveren stroom als het uitkomt, niet als de vraag piekt. Gebouwen die hun verbruik kunnen verschuiven of energie kunnen opslaan, helpen het net in balans te houden. Europa wilde een instrument dat die eigenschap zichtbaar en vergelijkbaar maakt. Dat werd de Smart Readiness Indicator, ingevoerd via de richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD) en uitgewerkt in twee verordeningen uit 2020.

02

Wat de SRI precies meet

De SRI beantwoordt drie vragen over een gebouw. Kan het zijn installaties zelf zo regelen dat het niet meer energie gebruikt dan nodig? Reageert het op de mensen die erin werken of wonen, met comfort, gezonde lucht en informatie? En kan het meebewegen met het energienet? Die drie vragen heten de kernfunctionaliteiten.

Elke vraag wordt gesteld voor negen onderdelen van het gebouw, de domeinen: verwarming, warm tapwater, koeling, ventilatie, verlichting, de dynamische gebouwschil, elektriciteit, het laden van elektrische voertuigen, en monitoring en regeling. Per domein staan concrete diensten in een catalogus. Voor verwarming is dat bijvoorbeeld de regeling van de warmteafgifte: van een handmatige radiatorknop (niveau 0) tot regeling per ruimte met aanwezigheidsdetectie (niveau 4).

Een beoordelaar loopt alle diensten langs, bepaalt het niveau, en het rekenblad van de Europese Commissie vertaalt dat naar een score. Het gewicht van elk domein hangt af van het gebouwtype en het klimaat: verwarming telt in Finland zwaarder dan in Spanje.

03

Van vraag tot certificaat in vier stappen

  1. 01

    Aanvragen

    U vraagt een beoordeling aan bij een adviseur die de EU-methodiek gebruikt. In Nederland is er nog geen erkenningsregime.

  2. 02

    Beoordeling

    De beoordelaar bekijkt de installaties, de regelingen en het gebouwbeheersysteem, en bepaalt per dienst het functionaliteitsniveau.

  3. 03

    Score en klasse

    Het rekenblad berekent de totaalscore, de score per kernfunctionaliteit en per impactcriterium, en de klasse.

  4. 04

    Certificaat

    U ontvangt een rapport met de klasse, de deelscores en de diensten waar winst te halen is.

04

De zeven klassen

0203550658090100
BandNaamBetekenisLetter in tools
90100 %Volledig smart-readyVrijwel alle installaties zijn slim geregeld, geïntegreerd en klaar om met het energienet mee te bewegen.A
8090 %Zeer slimEen gebouw met een volwassen gebouwbeheersysteem, vraaggestuurde installaties en eerste vormen van energieflexibiliteit.B
6580 %SlimDe belangrijkste installaties worden per zone en op basis van aanwezigheid geregeld.C
5065 %Op wegEr is een gebouwbeheersysteem en een deel van de installaties is slim geregeld, maar niet consequent en niet geïntegreerd.D
3550 %Basis aanwezigCentrale regelingen en tijdschema's, weinig aanwezigheidssturing, beperkte rapportage.E
2035 %BeperktHandmatige bediening overheerst.F
020 %Niet smart-readyVrijwel alles wordt met de hand bediend.G
05

Wat betekent dit voor u

Eigenaar
De SRI laat zien waar uw gebouw staat en welke maatregelen de meeste punten opleveren. Voor utiliteitsgebouwen boven 290 kW is het verstandig om nu te beginnen: de verplichting komt naar verwachting in 2027.
Huurder
Een hogere SRI-score merkt u aan comfort dat vanzelf klopt, aan lagere energiekosten en aan een gebouw dat storingen zelf meldt.
Adviseur
De methodiek is openbaar: de catalogus van 54 diensten, de wegingen en het rekenblad zijn beschikbaar via de Europese Commissie. Zie de werkwijze en bronnen.
06

Veelgestelde vragen

Is de SRI hetzelfde als het energielabel?

Nee. Het energielabel meet hoeveel energie een gebouw nodig heeft. De SRI meet hoe slim de installaties worden geregeld. Een gebouw kan label A hebben en een lage SRI-score.

Is de SRI verplicht?

Nu niet. De Commissie moet uiterlijk 30 juni 2027 besluiten over verplichtstelling voor utiliteitsgebouwen met installaties boven 290 kW. Zie wordt de SRI verplicht.

Wie mag een SRI-beoordeling doen?

De EU laat dat aan de lidstaten over. Nederland heeft nog geen regime. Adviseurs gebruiken het officiële EU-rekenblad.

Wat kost een beoordeling?

Er is geen vaste prijs. Een vereenvoudigde beoordeling van een middelgroot gebouw kost een dagdeel tot een dag adviseurswerk.

Volgende stap

Wilt u weten waar uw gebouw staat?