Artikel 15: de SRI in de richtlijn
Eén artikel bepaalt de toekomst van de Smart Readiness Indicator. Artikel 15 van de herziene EPBD houdt de indicator vrijwillig, maar legt de Europese Commissie twee opdrachten met een harde datum op.
Zuletzt geprüft am 9. September 2026
Kurz gefasst
- 1Artikel 15 van Richtlijn (EU) 2024/1275 laat lidstaten zelf kiezen of zij de SRI invoeren; er is nu geen verplichting.
- 2De Commissie moest uiterlijk 30 juni 2026 rapporteren over de nationale testfases; op 9 september 2026 was geen publicatie gevonden.
- 3Uiterlijk 30 juni 2027 moet de Commissie een gedelegeerde handeling aannemen die de SRI verplicht stelt boven 290 kW.
Wat het artikel regelt
Artikel 15 draagt het opschrift over de indicator voor de mate waarin een gebouw geschikt is voor slimme toepassingen. Het bouwt voort op artikel 8 van de vorige richtlijn. Daarmee werd de SRI in 2018 geïntroduceerd en in 2020 uitgewerkt in twee verordeningen.
Het uitgangspunt blijft ongewijzigd: lidstaten mogen het gemeenschappelijke Europese schema toepassen. Zij hoeven dat niet. Zestien lidstaten hebben een testfase uitgevoerd, waaronder Finland, Italië en Tsjechië. Nederland heeft dat niet gedaan. Zie regels per land.
Nieuw ten opzichte van 2018 is dat het artikel de vrijblijvendheid begrenst. Er staan nu twee termijnen in, en de tweede leidt tot een verplichting voor een deel van de gebouwvoorraad. Daarmee is de vraag niet meer of, maar wanneer en voor welke gebouwen.
Wat artikel 15 oplegt en aan wie
| Onderdeel | Inhoud | Termijn |
|---|---|---|
| Toepassing door lidstaten | Lidstaten mogen het gemeenschappelijke schema invoeren en aan hun energielabelstelsel koppelen. | Vrijwillig, doorlopend |
| Rapport over de testfases | De Commissie rapporteert aan het Europees Parlement en de Raad over de ervaringen uit de nationale testfases. | Uiterlijk 30 juni 2026 |
| Gedelegeerde handeling | De Commissie stelt de SRI verplicht voor utiliteitsgebouwen met een nominaal HVAC-vermogen boven 290 kW. | Uiterlijk 30 juni 2027 |
| Bevoegdheid | De bevoegdheid tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen loopt via artikel 32 van de richtlijn. | Doorlopend |
| Aanpassing van de methodiek | De Commissie kan de definitie en de rekenmethode van de indicator actualiseren. | Geen vaste datum |
Het rapport dat er nog niet is
De eerste termijn is verstreken. Uiterlijk 30 juni 2026 moest de Commissie verslag doen van de testfases. Bij de controle op 9 september 2026 was zo'n publicatie niet gevonden. Er stond niets op de website van de Commissie en niets in het register van documenten.
Een gemiste rapportagetermijn heeft geen directe rechtsgevolgen. Het rapport is wel de inhoudelijke basis voor de gedelegeerde handeling. Uit de testfases komen de praktische vragen: hoe lang duurt een beoordeling, hoe betrouwbaar zijn de scores tussen beoordelaars, en hoe verhoudt de indicator zich tot het energielabel.
Wie de ontwikkeling wil volgen, kan letten op twee signalen: publicatie van het rapport en de start van een openbare raadpleging over de ontwerphandeling. Beide gaan doorgaans vooraf aan een gedelegeerde handeling. Zie het nieuwsoverzicht van dit platform.
Wat een gedelegeerde handeling betekent
Een gedelegeerde handeling is regelgeving die de Commissie zelf vaststelt binnen de grenzen die de richtlijn stelt. Artikel 32 regelt die bevoegdheid. Het Europees Parlement en de Raad krijgen na vaststelling een periode om bezwaar te maken. Maken zij geen bezwaar, dan treedt de handeling in werking.
Anders dan een richtlijn werkt een verordening of gedelegeerde handeling wel rechtstreeks. Toch zullen er nationale stappen nodig zijn, bijvoorbeeld voor de eisen aan beoordelaars, voor registratie en voor handhaving. Reken daarom niet op een verplichting die van de ene op de andere dag geldt.
Wat de handeling precies gaat eisen, ligt niet vast. Open vragen zijn onder meer welke methode verplicht wordt, hoe vaak een beoordeling moet worden herhaald en of er een minimumscore komt. Zie wordt de SRI verplicht voor de stand van zaken.
Wat artikel 15 niet regelt
Het artikel zegt niets over wie een beoordeling mag uitvoeren. De eisen aan beoordelaars blijven een nationale zaak, net als bij het energielabel. Daardoor verschilt de kwaliteitsborging per land, en in Nederland ontbreekt zij nog. Zie de beoordelaars.
Het artikel schrijft ook geen minimumscore voor. Een verplichte beoordeling is iets anders dan een verplicht resultaat. Een gebouw met een lage klasse voldoet dus aan de plicht zodra het is beoordeeld, tenzij een lidstaat verder gaat.
Ten slotte zegt het artikel niets over de kosten of over de frequentie van een herbeoordeling. Die keuzes komen naar verwachting in de gedelegeerde handeling of in de nationale uitwerking terecht.
Was das für Sie bedeutet
- Eigenaar
- Als uw gebouw boven 290 kW uitkomt, is de kans groot dat u binnen enkele jaren een beoordeling nodig heeft. Een vrijwillige beoordeling nu levert alvast een verbeterplan op.
- Huurder
- Artikel 15 legt u geen verplichting op. Het raakt u indirect: de eigenaar zal maatregelen nemen die uw comfort en de servicekosten beïnvloeden.
- Adviseur
- Volg de publicatie van het rapport en de raadpleging over de ontwerphandeling. Beide bepalen welke methode en welke herhalingstermijn straks gelden.
Häufige Fragen
Verplicht artikel 15 mij nu tot iets?
Nee. Het artikel richt zich tot de lidstaten en tot de Commissie. Voor gebouweigenaren volgt er nu geen verplichting uit.
Wat gebeurt er als de Commissie de termijn van 2027 mist?
Dan blijft de indicator vrijwillig totdat de handeling er wel is. Een gemiste termijn schept geen verplichting en geen rechten voor derden.
Kan de verplichting ook woongebouwen raken?
Artikel 15 noemt alleen utiliteitsgebouwen boven 290 kW. Lidstaten mogen zelf verder gaan en de indicator breder invoeren.
Waar staat de 290 kW-grens vandaan?
Die grens sluit aan bij de drempel voor verplichte gebouwautomatisering in artikel 13. Zie de 290 kW-regel.
Blijft de huidige methodiek gelden?
De verordeningen uit 2020 blijven de basis. De Commissie kan de methodiek actualiseren bij de gedelegeerde handeling.
Nächster Schritt
Wilt u weten wat dit voor uw gebouw betekent?
Quellen
- Richtlijn (EU) 2024/1275, artikel 15, De tekst van de SRI-bepaling en de bevoegdheid in artikel 32.
- Europese Commissie: Smart Readiness Indicator, Publicaties over de testfases en de vervolgstudies.
- Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155, De methodiek waarop artikel 15 voortbouwt.