Hoe werkt de SRI-score?
Achter het percentage zit een vaste rekenweg. Van losse diensten in het gebouw, via niveaus en impactcriteria, naar één score en één klasse. Deze pagina loopt die weg stap voor stap door.
Zuletzt geprüft am 9. September 2026
Kurz gefasst
- 1Een beoordelaar geeft elke aanwezige dienst een functionaliteitsniveau van 0 tot 4, over negen domeinen en maximaal 54 diensten.
- 2Die niveaus leveren punten op voor zeven impactcriteria, gebundeld in drie kernfunctionaliteiten die elk voor een derde meetellen.
- 3De uitkomst is het behaalde aandeel van het maximaal haalbare, uitgedrukt in procenten, en dat percentage valt in een van zeven klassen.
Stap één: van dienst naar niveau
De methodiek werkt met een catalogus van smart-ready diensten. Een dienst is een concrete functie van een installatie. Voorbeelden zijn het regelen van de warmteafgifte, het dimmen van verlichting op daglicht en het melden van storingen. De volledige catalogus telt 54 diensten, verdeeld over negen domeinen.
Elke dienst kent niveaus, meestal van 0 tot 4. Niveau 0 is de situatie zonder slimme regeling, vaak handmatige bediening. Het hoogste niveau is de slimste variant die de catalogus kent. Bij verlichting loopt de aanwezigheidsregeling van een handschakelaar tot automatische regeling per werkplek.
Niet elke dienst heeft vijf niveaus. Sommige diensten stoppen bij niveau 2 of 3, omdat er in de praktijk niet meer varianten bestaan. Diensten die in een gebouw ontbreken, vallen buiten de telling. Een gebouw zonder koeling wordt dus niet afgerekend op het ontbreken van koelregeling. Wel telt het domein dan niet mee in de weging.
De beoordelaar legt per dienst vast welk niveau hij aantreft en waarop dat oordeel berust. Dat kan een revisietekening zijn, een schermafdruk uit het gebouwbeheersysteem of een waarneming ter plaatse.
Stap twee: van niveau naar impact
Een gekozen niveau levert geen los punt op. Het levert impactscores op: een oordeel over wat dat niveau bijdraagt aan zeven impactcriteria. Een aanwezigheidsmelder scoort bijvoorbeeld op energie-efficiëntie en op gemak, maar niet op energieflexibiliteit. Een omvormer die op een prijssignaal reageert, scoort juist wel op flexibiliteit.
De zeven criteria zijn gebundeld in drie kernfunctionaliteiten. Die drie wegen even zwaar: elk een derde van de eindscore. Dat is een bewuste keuze in de verordening. Een gebouw dat alleen op energie sterk is, komt daardoor niet vanzelf hoog uit. Binnen een kernfunctionaliteit tellen de criteria standaard even zwaar mee.
De zeven impactcriteria per kernfunctionaliteit
Elke kernfunctionaliteit weegt een derde van de eindscore, ongeacht het aantal criteria eronder. Zie de uitleg per criterium op impactcriteria.
| Kernfunctionaliteit | Impactcriterium | Waar het over gaat |
|---|---|---|
| Energieprestatie en gebouwbeheer (1/3) | Energie-efficiëntie | Hoeveel energie de regeling bespaart ten opzichte van hetzelfde gebouw zonder die regeling. |
| Energieprestatie en gebouwbeheer (1/3) | Onderhoud en storingsvoorspelling | Of het gebouw slijtage en storingen meldt voordat een installatie uitvalt. |
| Reactie op de behoeften van gebruikers (1/3) | Comfort | Of temperatuur, licht en lucht kloppen zonder dat gebruikers zelf moeten bijsturen. |
| Reactie op de behoeften van gebruikers (1/3) | Gemak | Hoeveel handelingen het gebouw uit handen neemt, zoals licht dat vanzelf aangaat. |
| Reactie op de behoeften van gebruikers (1/3) | Gezondheid, welzijn en toegankelijkheid | Luchtkwaliteit, daglicht en bediening die ook werkt voor mensen met een beperking. |
| Reactie op de behoeften van gebruikers (1/3) | Informatie aan gebruikers | Of gebruikers en beheerders zicht krijgen op verbruik, storingen en prestaties. |
| Energieflexibiliteit (1/3) | Energieflexibiliteit en opslag | Of het gebouw verbruik kan verschuiven, kan opslaan en op netsignalen reageert. |
De berekening in zes stappen
01
Diensten selecteren
De beoordelaar bepaalt welke van de 54 diensten in dit gebouw van toepassing zijn. Ontbrekende installaties vallen af.
02
Niveau toekennen
Per dienst legt hij het aangetroffen niveau vast, van 0 tot maximaal 4, met bewijs erbij.
03
Impactscores optellen
Elk niveau levert scores op voor de zeven impactcriteria. Per domein worden die scores opgeteld.
04
Delen door het maximum
De behaalde som wordt gedeeld door de som die dit gebouw maximaal had kunnen halen. Zo ontstaat een percentage per domein en criterium.
05
Domeinen wegen
De domeinscores gaan met een wegingsfactor per gebouwtype en klimaatzone naar een score per impactcriterium.
06
Naar één percentage en één klasse
De drie kernfunctionaliteiten tellen elk voor een derde. Het eindpercentage bepaalt de klasse.
De weging: waarom verwarming in Helsinki zwaarder telt
Niet elk domein is in elk gebouw even belangrijk. In een kantoor in Noord-Europa gaat het grootste deel van de energie naar verwarming. In Zuid-Europa is dat vaker koeling. De verordening gebruikt daarom een energiebalansbenadering: het gewicht van een domein volgt uit het aandeel van dat domein in de energiebalans van dat gebouwtype in die klimaatzone.
Die aanpak staat in bijlage V van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155. De Commissie levert standaardmatrices per klimaatzone en per hoofdcategorie, woningbouw en utiliteitsbouw. Een lidstaat mag eigen wegingsfactoren vaststellen, bijvoorbeeld op basis van de eigen gebouwvoorraad. Nederland heeft dat nog niet gedaan.
De energiebalansbenadering geldt voor de energiegerelateerde criteria: energie-efficiëntie, onderhoud en energieflexibiliteit. Voor de gebruikersgerichte criteria, zoals comfort en gezondheid, wegen de betrokken domeinen in de praktijk gelijk. Voor monitoring en regeling en de dynamische gebouwschil gelden vaste percentages. Zie de wegingsfactor in de begrippenlijst.
Methode A, B en C, en de klassen
De verordening kent twee catalogi. Methode A gebruikt 27 diensten en is bedoeld voor een snelle beoordeling, vaak samen met het energielabel. Methode B gebruikt alle 54 diensten en is bedoeld voor een expertbeoordeling van een groter gebouw. Daarnaast bestaat methode C, de in-use variant, waarbij gemeten gegevens uit het gebouwbeheersysteem worden gebruikt. Zie methode A, B en C.
Beide catalogi leiden tot een percentage op dezelfde schaal. Scores uit methode A en methode B zijn daarom niet zonder meer vergelijkbaar op dienstniveau, wel op klasseniveau. Bijlage VIII van Verordening (EU) 2020/2155 legt zeven banden vast. De grenzen liggen bij 20, 35, 50, 65, 80 en 90 procent.
De totaalscore is niet het enige resultaat. Het rapport toont ook de score per kernfunctionaliteit en per impactcriterium. Juist die deelscores maken duidelijk waar winst zit. Zie wat er in het certificaat staat.
Was das für Sie bedeutet
- Eigenaar
- Kijk niet alleen naar het eindpercentage. De deelscores per impactcriterium laten zien welke maatregel het meeste oplevert. Een lage score op flexibiliteit vraagt andere investeringen dan een lage score op comfort.
- Huurder
- De score per kernfunctionaliteit zegt iets over uw dagelijkse ervaring. Reactie op de behoeften van gebruikers gaat over comfort, lucht en informatie in uw eigen ruimte.
- Adviseur
- De ordinale impactscores per dienst en niveau staan alleen in het EU-rekenblad. Gebruik dat blad voor een officiële beoordeling en de indicatie op deze site alleen als eerste peiling.
Häufige Fragen
Waarom telt energieflexibiliteit even zwaar als vier andere criteria samen?
Omdat de weging op het niveau van de kernfunctionaliteiten ligt, niet op dat van de criteria. Energieflexibiliteit is als enige criterium een hele kernfunctionaliteit en krijgt daardoor een derde.
Wat gebeurt er met een domein dat niet aanwezig is?
Dat domein valt uit de berekening en zijn gewicht wordt over de overige domeinen verdeeld. Een gebouw zonder koeling verliest dus geen punten door het ontbreken van koeling.
Kan een gebouw 100 procent halen?
In theorie wel, in de praktijk vrijwel niet. In de Europese testfases haalden zelfs zeer moderne gebouwen zelden meer dan 80 procent. Zie wat een goede score is.
Zijn scores tussen landen vergelijkbaar?
Deels. De rekenmethode is Europees, maar lidstaten mogen eigen wegingsfactoren en drempels voor beoordelaars kiezen. Zie regels per land.
Verandert de score als het gebouw hetzelfde blijft?
Ja, dat kan. Het rekenblad wordt geactualiseerd en een lidstaat kan wegingen aanpassen. Vermeld daarom altijd de versie van het rekenblad in het rapport.
Nächster Schritt
Wilt u zien wat dit voor uw gebouw betekent?
De rekenmodule op deze site volgt dezelfde structuur, met vereenvoudigde impactscores.
Quellen
- Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155, Definitie, methodiek, wegingsbenadering en de klassen in bijlage VIII.
- Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2156, Technische uitvoering en het model van het SRI-certificaat.
- Europese Commissie: Smart Readiness Indicator, Rekenblad, praktische gids en de rapporten van de testfases.
- RVO: Smart Readiness Indicator, Nederlandse stand van zaken.