Datacenter · Monitoring en regeling
Monitoring en regeling in datacenter: wat de SRI meet
Monitoring en regeling is het zenuwstelsel van het gebouw: het gebouwbeheersysteem dat installaties op elkaar afstemt, storingen herkent, energieverbruik rapporteert en kan reageren op de bezetting en op signalen van het energienet.
In het kort
- 1Datacenters gebruiken bijna alleen elektriciteit en koeling, en verwarmingsdiensten uit de Smart Readiness Indicator zijn daardoor niet relevant.
- 2Het domein monitoring en regeling weegt voor dit gebouwtype maximaal mee, met drie van de drie punten.
- 3Diensten zoals storingsdetectie, vraagsturing en centrale rapportage bepalen grotendeels de score van een datacenter.
Weging van dit domein voor dit gebouwtype
Welke diensten meetellen
| Dienst | Laagste niveau | Hoogste niveau | Advies |
|---|---|---|---|
| Draaiurenbeheer van HVAC-systemen MC-3 · 4 niveaus | Handmatige instelling | Aan/uit-regeling van de verwarmings- en koelinstallaties op basis van predictieve regeling of netsignalen | – |
| Detectie van storingen in technische gebouwsystemen en ondersteuning bij de diagnose ervan MC-4 · 4 niveaus | Geen centrale weergave van gedetecteerde storingen en alarmen | Met centrale weergave van gedetecteerde storingen en alarmen voor alle relevante technische gebouwsystemen, inclusief diagnosefuncties | – |
| Aanwezigheidsdetectie: gekoppelde diensten MC-9 · 3 niveaus | Geen | Gecentraliseerde aanwezigheidsdetectie die meerdere technische gebouwsystemen aanstuurt, zoals verlichting en verwarming | – |
| Centrale rapportage van de prestaties en het energiegebruik van technische gebouwsystemen MC-13 · A · 4 niveaus | Geen | Centrale of externe rapportage van het realtime energieverbruik per energiedrager, waarbij technische gebouwsystemen van alle hoofddomeinen in één interface worden samengebracht | hoogste niveau |
| Integratie met het slimme net MC-25 · A · 3 niveaus | Geen: geen afstemming tussen het net en de technische gebouwsystemen; het gebouw functioneert onafhankelijk van de netbelasting | Gecoördineerde vraagsturing van meerdere technische gebouwsystemen | hoogste niveau |
| Rapportage van informatie over de prestaties en werking van vraagsturing MC-28 · 3 niveaus | Geen | Rapportage van informatie over de actuele, historische en voorspelde status van de vraagsturing, inclusief de aangestuurde energiestromen | – |
| Overschrijven van de vraagsturingsregeling MC-29 · 5 niveaus | Geen vraagsturingsregeling | Tijdgestuurd overschrijven van de vraagsturingsregeling en heractivering met geoptimaliseerde regeling | – |
| Eén platform voor geautomatiseerde regeling en coördinatie tussen technische gebouwsystemen, met optimalisatie van de energiestroom op basis van aanwezigheid, weer en netsignalen MC-30 · A · 4 niveaus | Geen | Eén platform voor geautomatiseerde regeling en coördinatie tussen technische gebouwsystemen, met optimalisatie van de energiestroom op basis van aanwezigheid, weer en netsignalen | hoogste niveau |
Rekenvoorbeeld
Staat alles in dit domein op niveau 0, dan draagt het domein niets bij. Op het hoogste niveau voor alle diensten stijgt de indicatieve totaalscore van dit gebouwtype met ongeveer 39 procentpunt (van 17 naar 56 procent, met alle andere domeinen op niveau 1).
Waarom telt monitoring en regeling zo zwaar voor een datacenter?
Een datacenter bestaat vrijwel volledig uit koeling en elektriciteitsvoorziening. Verwarming, warm tapwater en de gebouwschil, drie domeinen die bij kantoren en woningen belangrijk zijn, spelen hier nauwelijks een rol.
Daardoor krijgt het domein monitoring en regeling (MC), het gebouwbeheersysteem dat installaties op elkaar afstemt en op storingen en netsignalen reageert, het maximale gewicht: drie van de drie.
Wie de smart readiness indicator (SRI) van een datacenter beoordeelt, kijkt dus vooral naar dit ene domein.
Welke diensten bepalen de score?
Draaiurenbeheer van HVAC-systemen (MC-3) telt mee omdat koeling in een datacenter continu draait. Een hoger functionaliteitsniveau betekent regeling op basis van gebouwbelasting of netsignalen, in plaats van een vast tijdschema.
Detectie van storingen (MC-4) is essentieel voor de bedrijfszekerheid van de installaties. Het hoogste niveau voegt diagnosefuncties toe naast alarmweergave.
Centrale rapportage van energiegebruik (MC-13) en integratie met het slimme net (MC-25) zijn relevant omdat datacenters grote, voorspelbare elektriciteitsafnemers zijn. Vraagsturing kan hier via batterijen en noodstroomvoorzieningen worden ingevuld, wat aansluit bij de kenmerken van dit gebouwtype.
- MC-28: rapportage over de status van vraagsturing
- MC-29: mogelijkheid om vraagsturing te overschrijven
- MC-30: één platform voor coördinatie tussen technische systemen
Wat betekent een hoog monitoringniveau al voor de score?
Veel datacenters hebben al een geavanceerd gebouwbeheersysteem, omdat continuïteit en bedrijfszekerheid dat vereisen. Dat werkt in het voordeel van de SRI-score, omdat monitoring hier het zwaarst weegt.
Een lager niveau bij vraagsturing (MC-25, MC-29, MC-30) blijft echter vaak de belangrijkste ruimte voor verbetering, ook bij datacenters met sterke monitoring.
Wanneer wordt dit relevant voor een datacenter boven 290 kW?
Datacenters overschrijden vaak de drempel van 290 kW aan HVAC-vermogen, het opgestelde vermogen van verwarmings- en koelinstallaties. Boven die drempel is gebouwautomatisering, geregeld in artikel 13 van de EPBD (richtlijn energieprestatie gebouwen), al verplicht sinds eind 2024.
De SRI zelf blijft vrijwilllig, maar de Europese Commissie moet uiterlijk 30 juni 2027 een gedelegeerde handeling aannemen die de SRI verplicht stelt voor utiliteitsgebouwen boven deze drempel. Voor datacenters is dat naar verwachting relevant.
Wat betekent dit voor u
- Eigenaar
- Als eigenaar van een datacenter loont het om het bestaande gebouwbeheersysteem te toetsen aan de zeven impactcriteria van monitoring en regeling, omdat dit domein hier het volledige gewicht draagt. Vraagsturing via batterijen of noodstroom kan de score verder verhogen en sluit aan bij een verwachte verplichting boven 290 kW aan HVAC-vermogen.
- Huurder
- Een huurder van datacenterruimte merkt een hoger monitoringniveau vooral aan minder storingen en een betere rapportage over energieverbruik. Directe gevolgen voor comfort, zoals bij kantoren, spelen in een datacenter nauwelijks een rol.
- Adviseur
- Let bij de beoordeling van een datacenter vooral op de diensten binnen monitoring en regeling, omdat andere domeinen zoals verwarming en gebouwschil weinig gewicht hebben. Controleer specifiek het niveau van vraagsturing en netintegratie, want daar zit vaak nog ruimte voor verbetering, ook bij gebouwen met een sterk gebouwbeheersysteem.
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?