SR

Gebouwtype

Datacenter: wat de SRI meet

Wat de Smart Readiness Indicator meet in een datacenter, welke domeinen zwaar wegen en waar de eerste punten te halen zijn.

In het kort

  1. 1De Smart Readiness Indicator meet hoe slim een gebouw omgaat met energie, en bij datacenters draait dat vooral om koeling en elektriciteit.
  2. 2Verwarming en tapwater tellen in de score niet mee, want die spelen in een datacenter nauwelijks een rol.
  3. 3Domeinen als koeling, elektriciteit en monitoring en regeling wegen juist zwaar, omdat daar het grootste deel van het energieverbruik zit.

Welke domeinen wegen zwaar

14 diensten in de calculator.

Kenmerken van dit gebouwtype

Waarom is de SRI anders voor een datacenter?

Een datacenter verbruikt energie op een heel andere manier dan een kantoor of woning. Vrijwel al het verbruik zit in koeling en elektriciteit, niet in verwarming of warm tapwater.

De methodiek van de Smart Readiness Indicator (SRI) houdt hier rekening mee via wegingsfactoren per domein. Bij een datacenter krijgen de domeinen verwarming en warm tapwater een wegingsfactor van nul. Koeling, elektriciteit en monitoring en regeling krijgen juist de hoogste weging.

Dit betekent dat de SRI-score van een datacenter vrijwel volledig wordt bepaald door hoe slim het gebouw omgaat met koelsystemen, stroomvoorziening en de aansturing daarvan.

Welke domeinen tellen het zwaarst mee?

Koeling, elektriciteit en monitoring en regeling hebben elk de hoogste wegingsfactor. Ventilatie telt ook mee, maar met een lagere weging.

Verlichting speelt een kleine rol. Domeinen als dynamische gebouwschil en laden van elektrische voertuigen tellen in de praktijk vrijwel niet mee, omdat ze weinig relevant zijn voor dit gebouwtype.

Monitoring is bij veel datacenters al op een hoog functionaliteitsniveau ingericht, omdat continue bewaking van systemen daar operationeel noodzakelijk is. Dat kan de score positief beïnvloeden.

Wat is er specifiek aan flexibiliteit en restwarmte?

Datacenters beschikken vaak al over batterijen en noodstroomvoorzieningen. Deze systemen kunnen ook dienen als flexibiliteitsbron binnen het elektriciteitsdomein van de SRI.

Sommige datacenters leveren restwarmte aan de omgeving, bijvoorbeeld aan een warmtenet. Dit soort functionaliteit valt niet vanzelfsprekend onder de standaarddomeinen, maar kan relevant zijn bij een bredere beoordeling van de smart-ready diensten van het gebouw.

Wanneer wordt de SRI relevant voor datacenters?

De SRI is een vrijwillig instrument. Gebouweigenaren kunnen het nu al laten toepassen, zonder verplichting.

Datacenters hebben vaak een installatievermogen boven 290 kW voor koeling en klimaatregeling (HVAC). De Europese Commissie moet uiterlijk 30 juni 2027 een gedelegeerde handeling aannemen die de SRI naar verwachting verplicht stelt voor utiliteitsgebouwen boven deze grens. Veel datacenters vallen daarmee in de doelgroep van die toekomstige verplichting.

Wat betekent dit voor u

Eigenaar
Laat de SRI toepassen op basis van koeling, elektriciteit en monitoring, omdat deze domeinen de score bepalen en het meeste inzicht geven in besparingspotentieel. Zo krijgt u zicht op de eigen positie voordat een verplichting via een gedelegeerde handeling mogelijk wordt.
Huurder
Als gebruiker van datacenterruimte merkt u vooral iets van slimme koeling en stabiele elektriciteitsvoorziening, niet van verwarming of tapwater. Een hogere SRI-klasse kan wijzen op lagere energiekosten en minder risico op storingen in de koeling.
Adviseur
Let bij de beoordeling op de wegingsfactoren: koeling, elektriciteit en monitoring en regeling wegen het zwaarst, terwijl verwarming en warm tapwater niet meetellen. Besteed ook aandacht aan flexibiliteit via batterijen en noodstroom, en aan eventuele levering van restwarmte, omdat dit niet altijd standaard in de methodiek is verwerkt.

Volgende stap

Wilt u weten waar uw gebouw staat?