Ziekenhuis · Verwarming
Verwarming in ziekenhuis: wat de SRI meet
Het domein verwarming kijkt naar hoe slim een gebouw zijn warmte regelt: per ruimte of centraal, op basis van aanwezigheid en buitentemperatuur, en of de ketel of warmtepomp meebeweegt met de vraag. Ook opslag van warmte en de rapportage over storingen horen erbij.
In het kort
- 1Deze pagina laat zien hoe de Smart Readiness Indicator het domein verwarming beoordeelt bij ziekenhuizen.
- 2Ziekenhuizen hebben vrijwel altijd een HVAC-vermogen boven de 290 kW, waardoor het domein verwarming volledig meetelt.
- 3Voor dit gebouwtype telt verwarming voor 3 van de 3 punten mee, het hoogst mogelijke gewicht.
Weging van dit domein voor dit gebouwtype
Welke diensten meetellen
| Dienst | Laagste niveau | Hoogste niveau | Advies |
|---|---|---|---|
| Regeling van de warmteafgifte H-1a · A · 5 niveaus | Geen automatische regeling | Individuele ruimteregeling met communicatie en aanwezigheidsdetectie | hoogste niveau |
| Afgifteregeling voor TABS (verwarmingsmodus) H-1b · 4 niveaus | Geen automatische regeling | Geavanceerde centrale automatische regeling met intermitterend bedrijf en/of terugkoppeling op basis van de ruimtetemperatuur | – |
| Opslag en verschuiving van thermische energie H-1c · A · 3 niveaus | Geen | Warmwater opslagvaten aangestuurd op basis van externe signalen (van het GBS of het net) | hoogste niveau |
| Regeling van distributiepompen in netwerken H-1d · 5 niveaus | Geen automatische regeling | Toerengeregelde pompsturing (extern vraagsignaal) | – |
| Thermische energieopslag (TES) voor gebouwverwarming (exclusief TABS) H-1f · 4 niveaus | Continu opslagbedrijf | Warmteopslag geschikt voor flexibele sturing via netsignalen (bijvoorbeeld vraagsturing/DSM) | – |
| Regeling van de warmteopwekker (alle types behalve warmtepompen) H-2a · A · 3 niveaus | Constante temperatuurregeling | Variabele temperatuurregeling afhankelijk van de belasting (bijvoorbeeld op basis van het instelpunt van de aanvoertemperatuur) | hoogste niveau |
| Regeling van de warmteopwekker (voor warmtepompen) H-2b · A · 4 niveaus | Aan/uit-regeling van de warmteopwekker | Variabele regeling van het opwekkervermogen afhankelijk van de belasting EN externe signalen van het net | hoogste niveau |
| Volgordebepaling bij verschillende warmteopwekkers H-2d · 5 niveaus | Prioriteiten uitsluitend op basis van draaiuren | Sturing volgens een dynamische prioriteitenlijst (op basis van de actuele EN voorspelde belasting, het rendement, de CO2-uitstoot, het vermogen van de opwekkers EN externe signalen van het net) | – |
| Rapportage van informatie over de prestaties van het verwarmingssysteem H-3 · A · 5 niveaus | Geen | Centrale of externe rapportage van prestatie-evaluatie inclusief voorspelling en/of benchmarking, met daarbij voorspellend beheer en storingsdetectie | hoogste niveau |
| Flexibiliteit en interactie met het net H-4 · 5 niveaus | Geen automatische regeling | Geoptimaliseerde regeling van het verwarmingssysteem op basis van lokale voorspellingen en netsignalen (bijvoorbeeld via modelgebaseerde predictieve regeling) | – |
Rekenvoorbeeld
Staat alles in dit domein op niveau 0, dan draagt het domein niets bij. Op het hoogste niveau voor alle diensten stijgt de indicatieve totaalscore van dit gebouwtype met ongeveer 28 procentpunt (van 24 naar 52 procent, met alle andere domeinen op niveau 1).
Waarom weegt verwarming zo zwaar bij ziekenhuizen?
Een ziekenhuis heeft een van de meest complexe verwarmingsvragen van alle gebouwtypen. Verschillende afdelingen hebben verschillende temperatuureisen, van operatiekamers tot verpleegafdelingen, en de installaties draaien continu.
Daarom krijgt het domein verwarming (H) bij dit gebouwtype de volledige wegingsfactor van 3 op een schaal van 3. Elke smart-ready dienst binnen dit domein telt dus mee voor het maximale aandeel in de eindscore.
Welke smart-ready diensten vallen onder dit domein?
De methodiek van de Smart Readiness Indicator (SRI) verdeelt het domein verwarming in negen diensten. Deze lopen van de regeling van warmteafgifte per ruimte tot de sturing van meerdere warmteopwekkers en de rapportage van storingen.
- Regeling van de warmteafgifte, inclusief individuele ruimteregeling met aanwezigheidsdetectie
- Afgifteregeling voor thermisch actieve bouwdelen (TABS), zoals betonkernactivering
- Opslag en verschuiving van thermische energie, waaronder warmwatervaten aangestuurd door het gebouwbeheersysteem (GBS)
- Regeling van distributiepompen en warmteopwekkers
- Volgordebepaling bij meerdere warmteopwekkers
- Rapportage van prestaties, inclusief voorspellend beheer en storingsdetectie
- Flexibiliteit en interactie met het elektriciteitsnet
Elk van deze diensten kent functionaliteitsniveaus van 0 tot 4. Een hoger niveau betekent meer automatisering, meer communicatie tussen systemen en meer mogelijkheden om te reageren op signalen van buitenaf.
Wat betekent dit in de praktijk voor een ziekenhuis?
Ziekenhuizen beschikken vaak al over een uitgebreid gebouwbeheersysteem, noodstroomvoorzieningen en soms energieopslag. Dat biedt een goede basis om hoge functionaliteitsniveaus te bereiken binnen het domein verwarming.
Toch betekent de aanwezigheid van installaties niet automatisch een hoge score. De Smart Readiness Indicator kijkt naar de mate van automatisering en communicatie, niet alleen naar de aanwezigheid van apparatuur.
Omdat ziekenhuizen vrijwel altijd boven de drempel van 290 kW zitten, valt dit gebouwtype naar verwachting onder de toekomstige verplichting die de Europese Commissie uiterlijk 30 juni 2027 moet vaststellen.
Wat betekent dit voor u
- Eigenaar
- Breng in kaart welke smart-ready diensten binnen het domein verwarming al aanwezig zijn en welk functionaliteitsniveau ze halen, want dit domein telt voor het volledige gewicht mee in de score van het ziekenhuis. Een gerichte verbetering, bijvoorbeeld in de rapportage van prestaties of de aansturing van warmteopwekkers, heeft hierdoor relatief veel invloed op het eindresultaat.
- Huurder
- Als gebruiker van een ziekenhuisgebouw merkt u een goed geregeld verwarmingsdomein vooral aan een stabiel binnenklimaat per afdeling en minder storingen in de warmtelevering. Een hoger functionaliteitsniveau betekent doorgaans ook sneller herstel bij problemen, omdat storingen automatisch worden gemeld.
- Adviseur
- Let bij de beoordeling op het onderscheid tussen methode A en methode B, aangezien sommige diensten in dit domein alleen binnen methode A worden beoordeeld. Controleer daarnaast of de aanwezige opslag- en flexibiliteitsvoorzieningen daadwerkelijk aangestuurd worden door externe of netgebonden signalen, want dat bepaalt het functionaliteitsniveau, niet de aanwezigheid van de installatie zelf.
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?