Smart-ready dienst H-2d · Verwarming
Volgordebepaling bij verschillende warmteopwekkers
In het kort
- 1Deze dienst bepaalt hoe een gebouw kiest welke warmtebron op elk moment wordt ingezet.
- 2Bij meerdere warmteopwekkers, zoals een ketel en een warmtepomp, bepaalt de sturing de volgorde.
- 3De niveaus lopen van sturing op draaiuren tot sturing op basis van voorspelde belasting en signalen van het elektriciteitsnet.
De niveaus
Niveau 0
Prioriteiten uitsluitend op basis van draaiuren
Niveau 1
Sturing volgens een vaste prioriteitenlijst, bijvoorbeeld op basis van het nominale rendement
Niveau 2
Sturing volgens een dynamische prioriteitenlijst (op basis van het actuele rendement, de CO2-uitstoot en het vermogen van de opwekkers, bijvoorbeeld zonne-energie, aardwarmte, wkk of fossiele brandstoffen)
Niveau 3
Sturing volgens een dynamische prioriteitenlijst (op basis van de actuele EN voorspelde belasting, het rendement, de CO2-uitstoot en het vermogen van de opwekkers)
Niveau 4
Sturing volgens een dynamische prioriteitenlijst (op basis van de actuele EN voorspelde belasting, het rendement, de CO2-uitstoot, het vermogen van de opwekkers EN externe signalen van het net)
Wat is volgordebepaling bij warmteopwekkers?
Veel gebouwen hebben meer dan één bron van warmte. Denk aan een gasketel naast een warmtepomp, of een warmtekrachtkoppeling (wkk) naast zonnepanelen die warm water opwekken. Het gebouwbeheersysteem (GBS) moet dan bepalen welke bron op welk moment wordt ingeschakeld.
Deze smart-ready dienst, H-2d, beoordeelt hoe slim die keuze wordt gemaakt binnen het domein Verwarming. Ze telt niet mee in methode A, de vereenvoudigde beoordelingsmethode van de Smart Readiness Indicator (SRI), maar wel in de volledige methode B.
Hoe verschillen de niveaus van elkaar?
Op het laagste niveau, 0, kiest het systeem alleen op basis van draaiuren. De opwekker die het minst heeft gedraaid, krijgt voorrang. Dit houdt geen rekening met rendement of milieu-impact.
Niveau 1 werkt met een vaste prioriteitenlijst, vaak gebaseerd op het nominale rendement van elke opwekker. Niveau 2 maakt die lijst dynamisch: het systeem kijkt naar het actuele rendement, de CO2-uitstoot en het vermogen van elke bron, zoals zonne-energie, aardwarmte, wkk of fossiele brandstoffen.
Niveau 3 voegt voorspelling toe. Het systeem houdt rekening met de verwachte belasting, niet alleen de actuele situatie. Niveau 4 gaat een stap verder en gebruikt ook externe signalen van het elektriciteitsnet, zodat de warmteopwekking kan meebewegen met vraag en aanbod op het net.
Waarom is dit relevant voor gebouwen met meerdere warmtebronnen?
Gebouwen met een hybride opwekking, bijvoorbeeld een ketel gecombineerd met een warmtepomp, kunnen aanzienlijk besparen op energie en uitstoot door een slimme volgordebepaling. Een vaste lijst houdt geen rekening met wisselende omstandigheden, zoals een zonnige dag of een piek in de elektriciteitsprijs.
Naarmate gebouwen meer decentrale en duurzame bronnen combineren, wordt deze functionaliteit belangrijker voor de energieprestatie van het gebouw, die ook terugkomt in het energielabel.
Relevant voor deze gebouwtypen
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?