SR

Zorggebouw · Verwarming

Verwarming in zorggebouw: wat de SRI meet

Het domein verwarming kijkt naar hoe slim een gebouw zijn warmte regelt: per ruimte of centraal, op basis van aanwezigheid en buitentemperatuur, en of de ketel of warmtepomp meebeweegt met de vraag. Ook opslag van warmte en de rapportage over storingen horen erbij.

In het kort

  1. 1Deze pagina laat zien hoe de Smart Readiness Indicator (SRI) het domein verwarming beoordeelt in een zorggebouw.
  2. 2Voor dit gebouwtype telt verwarming zwaar mee, met de hoogste wegingsfactor van 3 op 3.
  3. 3Belangrijke diensten zijn onder meer regeling per ruimte, sturing van de warmteopwekker en rapportage bij storingen, cruciaal in een gebouw dat dag en nacht draait.

Weging van dit domein voor dit gebouwtype

zwaar

Welke diensten meetellen

DienstLaagste niveauHoogste niveauAdvies
Regeling van de warmteafgifte
H-1a · A · 5 niveaus
Geen automatische regelingIndividuele ruimteregeling met communicatie en aanwezigheidsdetectiehoogste niveau
Afgifteregeling voor TABS (verwarmingsmodus)
H-1b · 4 niveaus
Geen automatische regelingGeavanceerde centrale automatische regeling met intermitterend bedrijf en/of terugkoppeling op basis van de ruimtetemperatuur–
Opslag en verschuiving van thermische energie
H-1c · A · 3 niveaus
GeenWarmwater opslagvaten aangestuurd op basis van externe signalen (van het GBS of het net)hoogste niveau
Regeling van distributiepompen in netwerken
H-1d · 5 niveaus
Geen automatische regelingToerengeregelde pompsturing (extern vraagsignaal)–
Thermische energieopslag (TES) voor gebouwverwarming (exclusief TABS)
H-1f · 4 niveaus
Continu opslagbedrijfWarmteopslag geschikt voor flexibele sturing via netsignalen (bijvoorbeeld vraagsturing/DSM)–
Regeling van de warmteopwekker (alle types behalve warmtepompen)
H-2a · A · 3 niveaus
Constante temperatuurregelingVariabele temperatuurregeling afhankelijk van de belasting (bijvoorbeeld op basis van het instelpunt van de aanvoertemperatuur)hoogste niveau
Regeling van de warmteopwekker (voor warmtepompen)
H-2b · A · 4 niveaus
Aan/uit-regeling van de warmteopwekkerVariabele regeling van het opwekkervermogen afhankelijk van de belasting EN externe signalen van het nethoogste niveau
Volgordebepaling bij verschillende warmteopwekkers
H-2d · 5 niveaus
Prioriteiten uitsluitend op basis van draaiurenSturing volgens een dynamische prioriteitenlijst (op basis van de actuele EN voorspelde belasting, het rendement, de CO2-uitstoot, het vermogen van de opwekkers EN externe signalen van het net)–
Rapportage van informatie over de prestaties van het verwarmingssysteem
H-3 · A · 5 niveaus
GeenCentrale of externe rapportage van prestatie-evaluatie inclusief voorspelling en/of benchmarking, met daarbij voorspellend beheer en storingsdetectiehoogste niveau
Flexibiliteit en interactie met het net
H-4 · 5 niveaus
Geen automatische regelingGeoptimaliseerde regeling van het verwarmingssysteem op basis van lokale voorspellingen en netsignalen (bijvoorbeeld via modelgebaseerde predictieve regeling)–

Rekenvoorbeeld

Staat alles in dit domein op niveau 0, dan draagt het domein niets bij. Op het hoogste niveau voor alle diensten stijgt de indicatieve totaalscore van dit gebouwtype met ongeveer 28 procentpunt (van 24 naar 52 procent, met alle andere domeinen op niveau 1).

Waarom weegt verwarming zo zwaar in een zorggebouw?

Een verpleeghuis of zorgcentrum draait 24 uur per dag. Anders dan in kantoren is er geen nachtverlaging mogelijk in verblijfsruimten, want bewoners zijn er altijd aanwezig. Dat maakt slimme regeling van de warmteafgifte extra belangrijk voor comfort en energiegebruik tegelijk.

Daarom krijgt het domein verwarming (H) in de Smart Readiness Indicator (SRI) voor dit gebouwtype de hoogste wegingsfactor: 3 van 3. De methodiek van de SRI kent negen domeinen; verwarming is voor zorggebouwen een van de zwaarst meetellende.

Welke diensten tellen mee binnen dit domein?

Het domein verwarming bestaat uit meerdere smart-ready diensten, elk met eigen functionaliteitsniveaus van 0 tot 4. Voor een zorggebouw zijn een aantal daarvan bijzonder relevant.

  • H-1a Regeling van de warmteafgifte: individuele ruimteregeling per kamer is hier geen luxe maar een zorgeis, omdat comfort per kamer regelbaar moet zijn.
  • H-1c Opslag en verschuiving van thermische energie: relevant omdat warm tapwater een groot en constant verbruik vormt.
  • H-2a en H-2b Regeling van de warmteopwekker: bepalen hoe goed de ketel of warmtepomp meebeweegt met de vraag.
  • H-3 Rapportage van informatie over de prestaties: storingsmelding is cruciaal, zeker bij kwetsbare bewoners die afhankelijk zijn van een stabiel binnenklimaat.

Elke dienst wordt beoordeeld op zeven impactcriteria, waaronder energie-efficiëntie, comfort en onderhoud. Drie kernfunctionaliteiten tellen daarbij even zwaar mee.

Hoe verhoudt dit zich tot de verplichting rond gebouwautomatisering?

Los van de SRI zelf geldt via artikel 13 van de EPBD (richtlijn energieprestatie gebouwen) al een verplichting tot gebouwautomatisering. Boven 290 kW installatievermogen moest dit eind 2024 aanwezig zijn, boven 70 kW volgt dit eind 2029.

Voor zorggebouwen met een groot verwarmingsvermogen kan dit betekenen dat een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) al verplicht is, terwijl het gebruik van de SRI zelf vooralsnog vrijwillig blijft. De Europese Commissie moet uiterlijk 30 juni 2027 bepalen of de SRI verplicht wordt voor utiliteitsgebouwen boven 290 kW.

Wat betekent dit voor u

Eigenaar
Als eigenaar van een zorggebouw is het verstandig om de regeling van de warmteafgifte per kamer en de storingsrapportage van het verwarmingssysteem goed in kaart te brengen, omdat deze punten zwaar meewegen in de score. Een hogere score op deze diensten kan het gebouw beter voorbereiden op de gedelegeerde handeling die naar verwachting in 2027 wordt aangenomen.
Huurder
Als bewoner of gebruiker van een zorgcentrum merkt u vooral het verschil in comfort per kamer en de snelheid waarmee storingen aan de verwarming worden opgemerkt en verholpen. Een goed geregeld systeem betekent minder temperatuurschommelingen en minder kans op langdurige uitval van verwarming of warm water.
Adviseur
Let bij de beoordeling van een zorggebouw specifiek op de functionaliteitsniveaus van H-1a en H-3, omdat individuele ruimteregeling en storingsdetectie hier zwaarder wegen dan in andere gebouwtypen. Houd ook rekening met het constante warmwaterverbruik bij de beoordeling van H-1c, en controleer of het installatievermogen boven de 290 kW-grens ligt in verband met de bestaande verplichting tot gebouwautomatisering.

Volgende stap

Wilt u weten waar uw gebouw staat?