Datacenter · Elektriciteit
Elektriciteit in datacenter: wat de SRI meet
Dit domein gaat over de stroomhuishouding: batterijen, zonnepanelen, het verschuiven van verbruik naar goedkope uren, rapportage aan gebruikers en het kunnen reageren op signalen van het net. Het is de kern van energieflexibiliteit.
In het kort
- 1Deze pagina laat zien hoe de Smart Readiness Indicator het domein Elektriciteit beoordeelt bij datacenters.
- 2Bij dit gebouwtype telt elektriciteit voor het volledige gewicht mee, omdat koeling en stroom vrijwel het hele energieverbruik bepalen.
- 3De diensten gaan over opslag, opwekking, verbruik en de mogelijkheid om te reageren op signalen van het elektriciteitsnet.
Weging van dit domein voor dit gebouwtype
Welke diensten meetellen
| Dienst | Laagste niveau | Hoogste niveau | Advies |
|---|---|---|---|
| Rapportage van informatie over lokale elektriciteitsopwekking E-2 · A · 5 niveaus | Geen | Prestatie-evaluatie inclusief voorspelling en/of benchmarking, met daarbij voorspellend beheer en storingsdetectie | hoogste niveau |
| Opslag van (lokaal opgewekte) elektriciteit E-3 · A · 5 niveaus | Geen | Opslag van energie ter plaatse (bijvoorbeeld elektrische batterij of thermische opslag) met regelaar die het gebruik van lokaal opgewekte elektriciteit optimaliseert en de mogelijkheid om terug te leveren aan het net | hoogste niveau |
| Optimalisatie van het eigen verbruik van lokaal opgewekte elektriciteit E-4 · 4 niveaus | Geen | Geautomatiseerd beheer van het lokale elektriciteitsverbruik op basis van de actuele en voorspelde energiebehoefte en de beschikbaarheid van hernieuwbare energie | – |
| Regeling van de warmtekrachtkoppelingsinstallatie (wkk) E-5 · 3 niveaus | Regeling van de wkk op basis van tijdgestuurd draaiurenbeheer en/of de actuele warmtevraag | Draaiurenregeling van de wkk beïnvloed door de wisselende beschikbaarheid van hernieuwbare energiebronnen en netsignalen; dynamische laad- en draaiurenregeling om het eigen verbruik van hernieuwbare energie te optimaliseren | – |
| Ondersteuning van (micro)netbedrijfsmodi E-8 · 4 niveaus | Geen | Geautomatiseerd beheer van het elektriciteitsverbruik en de -levering (op gebouwniveau), met de mogelijkheid om beperkt off-grid te blijven functioneren (eilandbedrijf) | – |
| Rapportage van informatie over energieopslag E-11 · A · 5 niveaus | Geen | Prestatie-evaluatie inclusief voorspelling en/of benchmarking, met daarbij voorspellend beheer en storingsdetectie | hoogste niveau |
| Rapportage van informatie over het elektriciteitsverbruik E-12 · A · 5 niveaus | Geen | Realtime terugkoppeling of benchmarking op apparaatniveau met geautomatiseerde persoonlijke aanbevelingen | hoogste niveau |
Rekenvoorbeeld
Staat alles in dit domein op niveau 0, dan draagt het domein niets bij. Op het hoogste niveau voor alle diensten stijgt de indicatieve totaalscore van dit gebouwtype met ongeveer 7 procentpunt (van 31 naar 38 procent, met alle andere domeinen op niveau 1).
Waarom telt elektriciteit zo zwaar mee bij datacenters?
Een datacenter verbruikt bijna uitsluitend stroom, vooral voor koeling en voor de apparatuur zelf. Verwarming, tapwater en de gebouwschil spelen nauwelijks een rol in het energieprofiel.
Daarom weegt het domein Elektriciteit (E) voor dit gebouwtype het volledige gewicht: 3 van 3. Dit domein gaat over batterijen, zonnepanelen, het verschuiven van verbruik naar goedkope uren, rapportage aan gebruikers en reageren op netsignalen.
De Smart Readiness Indicator (SRI) meet in dit domein zeven smart-ready diensten. Elke dienst krijgt een functionaliteitsniveau van 0 tot 4, waarbij een hoger niveau meer automatisering en flexibiliteit betekent.
Welke smart-ready diensten worden beoordeeld?
De dienst E-2 kijkt naar rapportage over lokale elektriciteitsopwekking, bijvoorbeeld van zonnepanelen. De dienst E-3 beoordeelt opslag van elektriciteit, zoals batterijen, en of die opslag reageert op netsignalen of op lokale opwekking.
E-4 gaat over optimalisatie van eigen verbruik: van tijdgestuurde planning tot geautomatiseerd beheer op basis van beschikbare hernieuwbare energie. E-5 betreft de regeling van een warmtekrachtkoppelingsinstallatie, indien aanwezig.
E-8 beoordeelt of een gebouw kan functioneren als microgrid of zelfs off-grid tijdens een storing. E-11 en E-12 gaan over rapportage van energieopslag en elektriciteitsverbruik, tot op apparaatniveau.
Wat betekent dit voor een datacenter in de praktijk?
Veel datacenters hebben al noodstroomvoorzieningen en batterijen. Die systemen zijn oorspronkelijk bedoeld voor continuïteit, niet voor energieflexibiliteit.
Voor een hoge score op dienst E-3 en E-8 moet die batterijcapaciteit ook kunnen reageren op netsignalen of lokaal verbruik optimaliseren. Alleen noodstroom leveren volstaat dan niet voor de hogere functionaliteitsniveaus.
Restwarmte van koeling kan bovendien worden geleverd aan de omgeving, bijvoorbeeld aan een warmtenet. Dit raakt niet direct het domein Elektriciteit, maar versterkt wel het algehele beeld van een flexibel en verbonden gebouw.
Boven welke drempel gelden verplichtingen?
Datacenters hebben vaak een installatievermogen boven 290 kW voor koeling en elektriciteit. Boven deze drempel geldt sinds eind 2024 een verplichting tot gebouwautomatisering volgens artikel 13 van de EPBD.
De SRI zelf blijft vrijwillig. De Europese Commissie moet uiterlijk 30 juni 2027 een gedelegeerde handeling aannemen die de SRI naar verwachting verplicht stelt voor utiliteitsgebouwen boven 290 kW.
Wat betekent dit voor u
- Eigenaar
- Als eigenaar van een datacenter is het zinvol om te inventariseren of bestaande batterijen en noodstroomsystemen ook kunnen reageren op netsignalen, want dat bepaalt grotendeels de score op het domein Elektriciteit. Een hogere score op dit domein toont aan dat het gebouw klaar is voor toekomstige verplichtingen rond gebouwautomatisering boven 290 kW.
- Huurder
- Als huurder of gebruiker van een datacenter merkt u vooral indirect iets van deze diensten, bijvoorbeeld via stabielere stroomvoorziening en mogelijk lagere energiekosten bij flexibel verbruik. Rapportage over elektriciteitsverbruik op apparaatniveau kan u bovendien inzicht geven in het eigen energiegebruik binnen het gebouw.
- Adviseur
- Let bij de beoordeling van dit domein specifiek op of batterijsystemen enkel als noodstroom dienen of ook actief bijdragen aan optimalisatie van eigen verbruik of netstabiliteit, want dit onderscheid bepaalt het functionaliteitsniveau. Controleer daarnaast of rapportagesystemen voor verbruik en opslag al op apparaatniveau werken, aangezien dit vaak het verschil maakt tussen de middelste en hoogste klassen.
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?