SRI-klasse
Klasse 0–20 %: niet smart-ready
In het kort
- 1Deze klasse staat voor een score van 0 tot 20 procent op de Smart Readiness Indicator.
- 2Op dit platform noemen we dit "niet smart-ready", met de letter G in vergelijkbare tools.
- 3Gebouwen in deze klasse hebben vrijwel geen automatisering en geen gebouwbeheersysteem.
Positie in de klassentabel
| Band | Naam | Betekenis | Letter in tools |
|---|---|---|---|
| 90–100 % | Volledig smart-ready | Vrijwel alle installaties zijn slim geregeld, geïntegreerd en klaar om met het energienet mee te bewegen. | A |
| 80–90 % | Zeer slim | Een gebouw met een volwassen gebouwbeheersysteem, vraaggestuurde installaties en eerste vormen van energieflexibiliteit. | B |
| 65–80 % | Slim | De belangrijkste installaties worden per zone en op basis van aanwezigheid geregeld. | C |
| 50–65 % | Op weg | Er is een gebouwbeheersysteem en een deel van de installaties is slim geregeld, maar niet consequent en niet geïntegreerd. | D |
| 35–50 % | Basis aanwezig | Centrale regelingen en tijdschema's, weinig aanwezigheidssturing, beperkte rapportage. | E |
| 20–35 % | Beperkt | Handmatige bediening overheerst. | F |
| 0–20 % | Niet smart-ready | Vrijwel alles wordt met de hand bediend. | G |
Wat betekent deze klasse?
Een gebouw in klasse G scoort tussen 0 en 20 procent op de Smart Readiness Indicator (SRI). De SRI is een methode uit Europese regelgeving die meet hoe goed een gebouw kan samenwerken met de bewoner, het elektriciteitsnet en zijn eigen installaties. Een score in deze klasse betekent dat het gebouw daar nauwelijks toe in staat is.
De naam "niet smart-ready" is een benaming van dit platform en geen officiële term uit de verordening. In sommige tools wordt deze klasse aangeduid met de letter G, vergelijkbaar met de laagste categorie op een energielabel.
Wat ontbreekt er in deze gebouwen?
Het kenmerk van deze klasse is dat vrijwel alles handmatig wordt bediend. Verwarming, koeling, verlichting en ventilatie werken los van elkaar, zonder centrale aansturing.
Er is geen gebouwbeheersysteem (GBS) aanwezig. Dat is het systeem dat installaties in een gebouw aanstuurt en bewaakt. Zonder een dergelijk systeem is er ook geen inzicht in het energieverbruik, wat verbetering moeilijk maakt.
Waarom is dit relevant voor eigenaren?
De Smart Readiness Indicator is nu vrijwillig. Volgens de EPBD-richtlijn (richtlijn energieprestatie gebouwen) moet de Europese Commissie uiterlijk 30 juni 2027 een gedelegeerde handeling aannemen die de SRI naar verwachting verplicht stelt voor utiliteitsgebouwen met een HVAC-vermogen boven 290 kW.
Gebouwen in deze klasse lopen dan een risico. Losstaande installaties boven 290 kW zijn overigens al sinds eind 2024 verplicht onderworpen aan regels voor gebouwautomatisering, onafhankelijk van de SRI-score.
Hoe verhoudt deze klasse zich tot andere landen?
Uit testfases in verschillende lidstaten blijkt dat lage scores geen uitzondering zijn. In Denemarken vielen alle 27 onderzochte gebouwen in een van de drie laagste banden.
In Tsjechië lag het gemiddelde over 162 gebouwen op 20,6 procent, net boven de grens van deze klasse. Dat laat zien dat verbetering vaak met kleine stappen mogelijk is.
Een klasse hoger
20–35 % · Beperkt: Handmatige bediening overheerst. Er zijn thermostaten en misschien een tijdklok, maar geen samenhang. Het Tsjechische gemiddelde in de testfase lag rond deze grens.
Wat betekent dit voor u
- Eigenaar
- Als uw gebouw in deze klasse valt, ontbreekt er zowel een gebouwbeheersysteem als centrale aansturing van installaties, wat de basis is voor elke vorm van energiebesparing. Begin met het meten van verbruik en overweeg een eenvoudig gebouwbeheersysteem, zeker als uw HVAC-vermogen boven 290 kW ligt en toekomstige verplichtingen relevant kunnen worden.
- Huurder
- In een gebouw uit deze klasse bedient u vermoedelijk zelf alle schakelaars en thermostaten, zonder automatische aanpassing aan uw gebruik. U merkt dit aan een minder consistent binnenklimaat en mogelijk hogere energiekosten door gebrek aan sturing.
- Adviseur
- Let bij de beoordeling op de afwezigheid van een gebouwbeheersysteem als kernoorzaak van de lage score, en controleer of het HVAC-vermogen boven 290 kW ligt in verband met bestaande verplichtingen. Gebruik de scores uit testfases van andere lidstaten, zoals Tsjechië en Denemarken, als referentiepunt bij het formuleren van verbeteradvies.
Volgende stap
Wilt u weten waar uw gebouw staat?