SR

De verordeningen van 2020

Alles wat de SRI meet en hoe hij rekent, staat in twee verordeningen van 14 oktober 2020. De ene bevat de inhoud, de andere de uitvoering. Samen vormen zij het juridische fundament onder elke beoordeling.

Last checked on 9 September 2026

In short

  1. 1Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155 legt de definitie, de negen domeinen, de zeven impactcriteria, de catalogi en de klassen vast.
  2. 2Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2156 regelt de technische uitvoering: de testfase, de rol van beoordelaars en het model van het certificaat.
  3. 3Beide verordeningen gelden nog steeds; de herziene EPBD van 2024 heeft ze niet vervangen.
In force · 14 October 2020Beide verordeningen zijn van kracht sinds eind 2020. Zij vormen de basis voor elke SRI-beoordeling, ook nu de indicator nog vrijwillig is.
01

Twee verordeningen, één pakket

De Europese Commissie nam de twee teksten op dezelfde dag aan, op grond van de toenmalige richtlijn energieprestatie gebouwen. Die richtlijn gaf de Commissie de opdracht een gemeenschappelijk Europees schema uit te werken. Dat schema is de Smart Readiness Indicator.

De taakverdeling is helder. De gedelegeerde verordening bevat het wat: welke installaties worden beoordeeld, op welke effecten, met welke weging en met welke uitkomst. De uitvoeringsverordening bevat het hoe: hoe een lidstaat een testfase opzet, welke gegevens een beoordeling oplevert en hoe het resultaat wordt vastgelegd.

Anders dan een richtlijn gelden verordeningen rechtstreeks. Toch merkt een gebouweigenaar daar weinig van, omdat het schema optioneel is. Zolang een lidstaat de indicator niet invoert, is er geen nationale plicht om er iets mee te doen.

02

Wat staat waar

OnderwerpVerordening 2020/2155Verordening 2020/2156
AardGedelegeerde verordeningUitvoeringsverordening
KernDefinitie en rekenmethode van de indicatorTechnische modaliteiten voor de invoering
Domeinen en criteriaNegen domeinen, zeven impactcriteria, drie kernfunctionaliteitenNiet geregeld
Catalogi27 diensten voor methode A, 54 voor methode BNiet geregeld
WegingEnergiebalansbenadering per gebouwtype en klimaatzoneNiet geregeld
KlassenZeven banden, in bijlage VIIINiet geregeld
CertificaatNiet geregeldInhoud en model van het SRI-certificaat
TestfaseNiet geregeldOpzet, duur en rapportage van nationale testfases
BeoordelaarsNiet geregeldUitgangspunten; de eisen blijven nationaal
03

Wat 2020/2155 regelt

De gedelegeerde verordening telt bijlagen I tot en met IX. Bijlage I bevat de definitie: de drie kernfunctionaliteiten, de negen technische domeinen en de zeven impactcriteria. Dat is het raamwerk waarop de hele methodiek rust.

Verderop volgen de catalogi met smart-ready diensten en hun functionaliteitsniveaus. Daarna komen de methodiek om impactscores op te tellen en de wegingsfactoren per gebouwtype en klimaatzone. Die weging verklaart waarom verwarming in Noord-Europa zwaarder telt dan in Zuid-Europa.

Bijlage VIII bevat de zeven klassen: 0 tot 20, 20 tot 35, 35 tot 50, 50 tot 65, 65 tot 80, 80 tot 90 en 90 tot 100 procent. De letters A tot en met G die u soms ziet, staan niet in de verordening. Zij zijn een hulpmiddel van tools en van dit platform. Zie de klassen.

04

Wat 2020/2156 regelt

De uitvoeringsverordening beschrijft hoe een lidstaat het schema in de praktijk brengt. Zij regelt de opzet van een nationale testfase, de gegevens die daarbij worden verzameld en de terugkoppeling aan de Commissie. Zestien lidstaten hebben zo'n testfase uitgevoerd.

Daarnaast bevat zij de regels rond het resultaat. Het SRI-certificaat volgt een vast model, zodat scores tussen landen vergelijkbaar blijven. Verplicht zijn de klasse en de deelscores per kernfunctionaliteit en per impactcriterium; de totaalscore in procenten is optioneel.

Verder gaat het om praktische zaken: voorlichting aan gebouweigenaren, de omgang met gegevens uit gebouwbeheersystemen en de aansluiting op bestaande stelsels zoals het energielabel. De kwalificatie-eisen voor beoordelaars blijven een nationale bevoegdheid.

05

Wat de verordeningen open laten

De verordeningen bepalen niet dat een gebouw beoordeeld moet worden. Zij bieden een schema aan dat lidstaten kunnen gebruiken. Die keuze ligt sinds 2024 bij artikel 15 van de herziene richtlijn.

Ook de geldigheidsduur van een certificaat, de frequentie van herbeoordeling en de eisen aan beoordelaars staan er niet in. Dat verklaart de verschillen tussen landen. Italië heeft een nationale tool, Finland kondigde invoering aan voor 2027 en Nederland heeft nog geen regime. Zie regels per land.

Ten slotte kan het pakket veranderen. Bij de gedelegeerde handeling die uiterlijk 30 juni 2027 moet komen, kan de Commissie de methodiek actualiseren. Vermeld daarom altijd welke versie van het rekenblad is gebruikt.

06

What this means for you

Eigenaar
U hoeft de verordeningen niet te lezen. Belangrijk is dat een adviseur de officiële methodiek gebruikt en dat in het rapport vastlegt, inclusief de versie van het rekenblad.
Huurder
De verordeningen zorgen dat een score in Nederland hetzelfde betekent als een score in Spanje. Vraag altijd naar de gebruikte methode voordat u twee gebouwen vergelijkt.
Adviseur
Bijlage I en bijlage VIII zijn de twee delen die u het vaakst nodig heeft. De ordinale impactscores per dienst staan alleen in het rekenblad van de Commissie.
07

Frequently asked questions

Zijn de verordeningen door de EPBD van 2024 vervangen?

Nee. Zij blijven gelden. De richtlijn van 2024 verwijst ernaar en geeft de Commissie de ruimte om de methodiek te actualiseren.

Wat is het verschil tussen een gedelegeerde en een uitvoeringsverordening?

Een gedelegeerde verordening vult de wetgeving inhoudelijk aan. Een uitvoeringsverordening zorgt voor eenvormige toepassing. Beide worden door de Commissie vastgesteld.

Waar vind ik de catalogus met de 54 diensten?

In de bijlagen bij 2020/2155 en in het rekenblad van de Commissie. Dit platform beschrijft ze in gewone taal bij de maatregelen.

Gelden de verordeningen ook voor woningen?

Het schema is voor woningen en utiliteitsbouw beide uitgewerkt, met eigen catalogi en wegingsfactoren.

Next step

Van regelgeving naar praktijk

Sources

  1. Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155, Definitie, methodiek, catalogi en de klassen in bijlage VIII.
  2. Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2156, Technische modaliteiten, testfase en certificaat.
  3. Europese Commissie: Smart Readiness Indicator, Rekenblad, praktische gids en rapporten.