Methode A, B en C
De SRI kent niet één beoordeling, maar meerdere niveaus van diepgang. Een woning vraagt een andere aanpak dan een ziekenhuis. Welke methode u kiest, bepaalt de tijd, de kosten en de zeggingskracht van de uitkomst.
Last checked on 9 September 2026
In short
- 1Methode A beoordeelt 27 diensten en is bedoeld voor woningen en kleinere gebouwen, vaak naast het energielabel.
- 2Methode B beoordeelt alle 54 diensten en is bedoeld voor grotere utiliteitsgebouwen en voor een onderbouwd verbeterplan.
- 3Methode C werkt met gemeten gegevens uit het gebouwbeheersysteem en is nog in ontwikkeling; zij staat niet in de verordening uit 2020.
Waarom er meer dan één methode is
De Europese Commissie wilde een indicator die voor een rijtjeswoning net zo bruikbaar is als voor een luchthaventerminal. Dat lukt niet met één vragenlijst. Een uitgebreide beoordeling van 54 diensten kost bij een woning meer tijd dan hij oplevert. Bij een groot kantoor met een gebouwbeheersysteem is een korte lijst juist te grof.
Daarom bevat Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155 twee catalogi. De vereenvoudigde catalogus heet methode A, de uitgebreide catalogus methode B. Beide leiden tot een percentage op dezelfde schaal en tot een van de zeven klassen. De rekenweg is identiek, alleen het aantal beoordeelde diensten verschilt.
Tijdens de nationale testfases is met beide catalogi gewerkt. Daaruit kwam ook de wens voor een derde variant, gebaseerd op meetdata in plaats van op waarneming. Die variant wordt aangeduid als methode C of als de in-use benadering.
De drie methoden vergeleken
De doorlooptijden zijn ervaringscijfers uit de Europese testfases en uit de praktijk van adviseurs. Er zijn geen Europees vastgelegde tarieven.
| Kenmerk | Methode A | Methode B | Methode C |
|---|---|---|---|
| Aantal diensten | 27 | 54 | Afhankelijk van de beschikbare meetpunten |
| Bedoeld voor | Woningen en kleinere gebouwen | Grotere utiliteitsgebouwen | Gebouwen met een volwassen gebouwbeheersysteem |
| Bron van het oordeel | Waarneming en documenten | Waarneming, documenten en instellingen | Gemeten gegevens uit de installaties |
| Tijdsbeslag | Enkele uren | Een tot enkele dagen | Eenmalig inrichten, daarna doorlopend |
| Wie voert uit | Energieadviseur, vaak naast het label | Installatieadviseur of gespecialiseerde beoordelaar | Beheerder samen met een adviseur |
| Zeggingskracht | Indicatie en vergelijking | Onderbouwing voor investeringen | Toont of de regeling ook echt werkt |
| Status | In de verordening | In de verordening | In ontwikkeling |
Methode A: snel en vergelijkbaar
Methode A gebruikt 27 diensten uit dezelfde negen domeinen. Per domein blijven de diensten over die het meeste onderscheid maken. Voor verwarming is dat bijvoorbeeld de regeling van de warmteafgifte en de opwekking, niet elke pomp en elke buffer apart.
De beoordeling gebeurt meestal ter plaatse, in enkele uren, en steunt op waarneming en documentatie. In verschillende lidstaten is methode A gekoppeld aan het energielabel, zodat één bezoek twee resultaten oplevert. Dat is ook de route die de meeste testfases hebben gevolgd.
De keerzijde is diepgang. Methode A laat weinig ruimte voor nuance bij complexe installaties. Bij een gebouw met warmte-koudeopslag, meerdere opwekkers en een uitgebreide regeltechniek onderschat de uitkomst vaak wat er werkelijk staat.
Methode B: de expertbeoordeling
Methode B loopt alle 54 diensten langs. De beoordelaar bekijkt niet alleen of een functie aanwezig is, maar ook hoe zij is ingesteld. Een gebouw met aanwezigheidsdetectie die op de maximale nalooptijd staat, haalt niet hetzelfde niveau als een gebouw dat de detectie echt gebruikt.
Deze methode is de logische keuze voor gebouwen die onder de gebouwautomatiseringsplicht vallen. Veel van de gevraagde functies, zoals continue monitoring en storingsdetectie, zijn ook diensten in de SRI-catalogus. De beoordeling levert dan meteen inzicht op in beide verplichtingen.
Reken op een dag of meer voor een middelgroot kantoor, plus voorbereiding. Het resultaat is een lijst met diensten en niveaus. Die lijst is direct bruikbaar als verbeterplan: elke dienst onder het maximum is een mogelijke maatregel. Zie de maatregelen per dienst.
Methode C: van ontwerp naar werkelijk gedrag
Methode A en B beoordelen wat er is en hoe het is ingesteld. Zij zeggen niet of de regeling in de dagelijkse praktijk ook doet wat de bedoeling was. Een aanwezigheidsmelder die is overbrugd, ziet een beoordelaar niet altijd. De in-use benadering wil dat gat dichten door meetgegevens uit het gebouwbeheersysteem te gebruiken.
Deze aanpak wordt in Europese vervolgstudies en in normalisatiewerk uitgewerkt. Zij staat niet in de verordening uit 2020 en is dus geen formele derde methode met een eigen certificaat. Wie er nu mee werkt, doet dat naast een reguliere beoordeling volgens methode A of B.
Voor gebouwen met veel meetpunten is de aanpak toch interessant. Zij maakt zichtbaar dat de score na twee jaar bedrijfsvoering daalt, bijvoorbeeld omdat instellingen zijn overschreven. Zie ook het domein monitoring en regeling.
What this means for you
- Eigenaar
- Kies methode B als u het resultaat wilt gebruiken voor investeringsbeslissingen of als het gebouw boven 290 kW uitkomt. Voor een eerste peiling van een klein pand volstaat methode A.
- Huurder
- Vraag welke methode is gebruikt voordat u scores van twee gebouwen vergelijkt. Een methode A-score en een methode B-score van hetzelfde gebouw kunnen verschillen.
- Adviseur
- Vermeld de methode, de versie van het rekenblad en de datum in elk rapport. Zonder die drie gegevens is een score later niet reproduceerbaar. Zie werkwijze en bronnen.
Frequently asked questions
Levert methode B altijd een hogere score op dan methode A?
Nee. Methode B geeft een fijnmaziger beeld en kan zowel hoger als lager uitkomen. Bij complexe installaties valt methode B vaker hoger uit.
Mag ik zelf kiezen welke methode wordt gebruikt?
Zolang de SRI vrijwillig is, kiest u in overleg met de beoordelaar. Zodra een lidstaat de indicator verplicht stelt, kan die lidstaat een methode voorschrijven.
Wat kost een beoordeling?
Er zijn geen vaste tarieven. Het verschil zit vooral in de tijd: enkele uren voor methode A tegenover een of meer dagen voor methode B. Zie wat een beoordeling kost.
Bestaat er een officieel rekenblad?
Ja. De Europese Commissie verstrekt een rekenblad met beide catalogi en de impactscores. Adviseurs vragen dat blad aan via de pagina van de Commissie.
Kan ik van methode A naar methode B overstappen?
Ja. De diensten van methode A zitten ook in methode B. Een eerdere beoordeling is dus bruikbaar als vertrekpunt voor de uitgebreide versie.
Next step
Welke methode past bij uw gebouw?
Bij een aanvraag kunt u aangeven welke diepgang u zoekt.
Sources
- Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2155, De catalogi voor methode A en methode B.
- Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2156, Technische uitvoering, testfase en certificaat.
- Europese Commissie: Smart Readiness Indicator, Rekenblad, praktische gids en rapporten van de testfases.