SR

Gebouwtype

Industrie en productie: wat de SRI meet

Wat de Smart Readiness Indicator meet in een industrie en productie, welke domeinen zwaar wegen en waar de eerste punten te halen zijn.

In het kort

  1. 1De Smart Readiness Indicator meet hoe slim een industrieel gebouw en zijn installaties zijn, los van het productieproces.
  2. 2Bij industrie en productie tellen elektriciteit en monitoring en regeling het zwaarst mee, elk met wegingsfactor 3.
  3. 3Veel industriegebouwen vallen boven de grens van 290 kW, waardoor de indicator hier naar verwachting verplicht wordt.

Welke domeinen wegen zwaar

25 diensten in de calculator.

Kenmerken van dit gebouwtype

Wat meet de SRI bij een industriegebouw?

De Smart Readiness Indicator (SRI) beoordeelt alleen het gebouw en de gebouwinstallaties. Het productieproces zelf valt buiten de beoordeling. Dat onderscheid is belangrijk, want in industriegebouwen zijn proces en gebouw vaak strak met elkaar verweven.

De methodiek werkt met negen domeinen en, bij de uitgebreide methode B, 54 smart-ready diensten. Elke dienst krijgt een functionaliteitsniveau van 0 tot 4, dat wordt beoordeeld op zeven impactcriteria. Voor industriegebouwen is vooral de scheiding tussen proces en gebouwbeheer bepalend voor een correcte score.

Welke domeinen wegen het zwaarst?

Bij industrie en productie krijgen elektriciteit en monitoring en regeling de hoogste wegingsfactor, namelijk 3. Verwarming, koeling, ventilatie, verlichting en laden van elektrische voertuigen wegen mee met factor 2. Warm tapwater weegt lichter, met factor 1, en de dynamische gebouwschil telt hier niet mee.

Deze verdeling weerspiegelt waar in industriële gebouwen de winst zit. Energiemanagement is vaak al aanwezig voor het proces, maar wordt zelden gekoppeld aan het gebouwbeheersysteem (GBS). Die koppeling is precies wat de SRI beloont.

Waar liggen de kansen voor industriegebouwen?

Industriegebouwen hebben doorgaans een grote elektriciteitsaansluiting. Flexibiliteit, het tijdelijk verminderen of verschuiven van elektriciteitsvraag, is daardoor letterlijk geld waard. Een hoge score op de kernfunctionaliteit flexibiliteit kan dit potentieel zichtbaar maken.

Ook restwarmte uit het proces biedt kansen. Wanneer die warmte wordt benut voor verwarming van het gebouw, verbetert dat de score op het domein verwarming. Dit vraagt wel om een gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) dat proceswarmte en gebouwverwarming op elkaar afstemt.

Wanneer wordt de SRI relevant voor deze sector?

De SRI is op dit moment vrijwillig, vastgelegd in artikel 15 van de EPBD (richtlijn energieprestatie gebouwen). Veel industriegebouwen hebben een installatievermogen boven 290 kW, de drempel waarboven gebouwautomatisering al verplicht is sinds eind 2024.

Diezelfde drempel wordt naar verwachting het uitgangspunt voor de gedelegeerde handeling die de Europese Commissie uiterlijk 30 juni 2027 moet vaststellen. Voor utiliteitsgebouwen boven 290 kW, waaronder veel industriële panden, wordt de SRI dan naar verwachting verplicht.

Wat betekent dit voor u

Eigenaar
Breng eerst in kaart welk deel van het energiemanagement al voor het productieproces bestaat en welk deel ontbreekt voor het gebouw zelf. Een SRI-beoordeling laat zien of koppeling van die systemen, en benutting van restwarmte en flexibiliteit, extra waarde oplevert boven de verplichting die vanaf 2027 kan gelden.
Huurder
Als huurder of gebruiker van een industriepand merkt u vooral indirect iets van de SRI, bijvoorbeeld via een stabielere energierekening of minder storingen door beter gekoppelde installaties. Directe zichtbaarheid is beperkt, omdat de indicator zich richt op het gebouw en niet op uw productieproces.
Adviseur
Let bij de beoordeling nauwkeurig op de grens tussen proces en gebouw, want een verkeerde toewijzing van installaties vertekent de score al snel. Besteed extra aandacht aan de domeinen elektriciteit en monitoring en regeling, die door hun wegingsfactor van 3 het eindresultaat het meest beïnvloeden.

Volgende stap

Wilt u weten waar uw gebouw staat?